Gevolgen voor uw uitkering
Als u voor of na de start van uw onderneming een uitkering ontving, kan het stoppen van een onderneming gevolgen hebben voor uw recht op een uitkering. Dat is vooral het geval als u een van de volgende uitkeringen ontving:
- een werkloosheidsuitkering (WW)
- een arbeidsongeschiktheidsuitkering (Wajong, WAO of WIA)
- een bijstandsuitkering (WWB)
Het is daarom verstandig contact op te nemen met de uitkerende instantie, bijvoorbeeld UWV of de gemeente.
Als u uw onderneming stopt en u ontving voor de start een WW-uitkering of een arbeidsongeschiktheidsuitkering, dan kan het zijn dat deze uitkering weer wordt uitbetaald. Voor de WW gelden daarbij de voorwaarden dat u uw onderneming binnen 18 maanden na de start stopt en dat uw WW-rechten nog niet volledig waren verbruikt.
Als u verwacht dat u, nadat u bent gestopt met uw onderneming, niet kunt voorzien in de kosten van levensonderhoud, dan kunt u een beroep doen op de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ).
Om voor een IOAZ-uitkering in aanmerking te komen, geldt een aantal voorwaarden:
- U moet 3 jaar lang een onderneming hebben gehad.
- U moet een aanvraag voor een IOAZ-uitkering indienen voordat u gestopt bent met uw onderneming.
- U kunt aanspraak hebben op een IOAZ-uitkering als u een gewezen zelfstandige bent die ouder is dan 55 jaar.
Als u gedwongen was uw onderneming te beëindigen, niet kunt voorzien in de kosten van levensonderhoud en u ook niet in aanmerking komt voor een IOAZ-uitkering, kunt u een beroep doen op de bijstandswet.